Amputatie van de onderste ledematen is een chirurgische procedure, die wordt uitgevoerd om een door trauma of ziekte beschadigde ledemaat te verwijderen. Ongeveer 27% van de amputaties van de onderste ledematen bestaat uit bovenbeenamputaties. Amputatie komt voor in alle leeftijdsgroepen, maar het vaakst bij mensen van 65 jaar en ouder.

Wat is bovenbeenamputatie?

Bovenbeenamputatie (BBA), of transfemorale amputatie is een chirurgische ingreep om het onderste ledemaat boven het kniegewricht te verwijderen, indien dit ledemaat ernstig beschadigd of ziek is.

De meeste BBAs worden uitgevoerd ten gevolge van perifere vaatziekten of ernstige aandoening van de circulatie in het onderste ledemaat. Slechte circulatie beperkt genezing en immuniteitsreacties op letsel.

Zweren aan voet of been kunnen zich ontwikkelen en niet genezen. Ze kunnen geïnfecteerd raken, en de infectie kan zich tot het bot uitbreiden en ernstig genoeg worden om levensbedreigend te zijn. Amputatie wordt uitgevoerd om het zieke weefsel te verwijderen en verdere verspreiding van de infectie te voorkomen.

Bovenbeenamputaties worden uitgevoerd wanneer de bloedsomloop in het onderbeen onvoldoende is of de infectie zo ernstig is dat operatie op het lagere niveau niet mogelijk is.

Als een BBA noodzakelijk is, wordt die meestal door een vaatchirurg of orthopedisch chirurg uitgevoerd. Het zieke of ernstig verwonde deel van het ledemaat zal worden verwijderd, terwijl zoveel mogelijk gezond weefsel en bot wordt behouden. De chirurg vormt het overgebleven ledemaat zodanig dat na herstel zo goed mogelijk gebruik kan worden gemaakt van een kunstbeen.

De noodzaak tot BBA komt voort uit omstandigheden waaronder:

amputatie

  • Perifere vaatziektes
  • Diabetes
  • Infectie/gangreen
  • Trauma waardoor het onderbeen verpletterd of afgescheurd is
  • Tumor/kanker

Hoe kan een fysiotherapeut helpen?

Vóór BBA chirurgie, kan uw fysiotherapeut:

  • Oefeningen voorschrijven voor preoperatieve voorbereiding om de kracht en flexibiliteit van uw bovenste en onderste ledematen te verbeteren
  • U leren om met een rollator of krukken te lopen
  • U inlichten over wat u kunt verwachten na de operatie

Direct na de operatie: U moet rekening houden met verblijf in het ziekenhuis van 5 tot 14 dagen. Uw wond zal verbonden worden en u kunt ook een drain krijgen op de geopereerde plek. Pijn wordt bestreden met medicatie.

Fysiotherapie begint snel na de operatie, zodra uw conditie stabiel is en de arts akkoord geeft. Een fysiotherapeut zal uw medische en chirurgisch geschiedenis bekijken en u aan bed bezoeken. De eerste 2 tot 3 dagen van de behandeling kunnen bestaan uit:

  • Voorzichtig buigen en bewegingsbereikoefeningen
  • Leren om in bed te rollen, op de rand van het bed te gaan zitten en veilig naar een stoel te bewegen
  • Leren hoe u uw stomp moet positioneren om contracturen (het onvermogen om het kniegewricht volledig te strekken, veroorzaakt doordat het ledemaat te veel gebogen wordt gehouden) te voorkomen

Wanneer u medisch stabiel bent zal de fysiotherapeut helpen om met een rolstoel om te gaan en om te staan en te lopen met een hulpmiddel zoals een rollator.

Voorkomen van contracturen: Een contractuur is het ontwikkelen van stijfheid van zacht weefsel waardoor beperking van de beweging van het gewricht optreedt. De toestand treedt op wanneer spieren en zacht weefsel stijf en vezelachtig worden door gebrek aan beweging. Door een BBA kunnen de heupspieren makkelijk korter worden door het voor langere tijd zitten in dezelfde positie. De spieren passen zich aan de positie aan.

Contacturen kunnen permanent worden als ze na een operatie, gedurende het herstel en na afloop van de revalidatie niet worden aangepakt. Contracturen kunnen het dragen van uw prothese moeilijk maken en de behoefte aan een hulpmiddel als een rollator vergroten.

Uw fysiotherapeut zal u helpen om uw normale houding en bewegingsbereik bij de heup te behouden. Uw therapeut zal u laten zien hoe u uw ledemaat moet houden om te voorkomen dat u een contractuur ontwikkelt en u rek- en houdingsoefeningen aanleren om een normaal bewegingsbereik te behouden.

Zwelling en compressie: Het is normaal dat u postoperatieve zwelling ondervindt. Uw therapeut zal u helpen om compressie op uw overgebleven ledemaat te behouden om het te beschermen, zwelling te verminderen en te controleren en om het te helpen genezen. Compressie kan bereikt worden door:

  • Het zwachtelen van het ledemaat met elastische verband
  • Het dragen van een elastische steunkous

Deze methodes helpen ook om het ledemaat voor te bereiden op het aanpassen van een prothese.

In sommige gevallen kan een stijf windsel of een gipsen spalk worden gebruikt in plaats van elastisch verband. Een direct na de operatie met gips of plastic gemaakte prothese kan worden gebruikt. De gekozen methode hangt af van ieders situatie. Uw fysiotherapeut zal u helpen bij het aanpassen van deze hulpmiddelen en u instrueren over het gebruik ervan.

Omgaan met pijn: Uw fysiotherapeut zal u helpen om op verschillende manieren met pijn om te gaan waaronder:

  • Het gebruik van elektrische stimulatie en TENS (transcutaneous electrical nerve stimulation) voor pijnmodificatie. Voorzichtige elektrische stimulatie van de huid helpt pijn te verminderen door het blokkeren van zenuwsignalen vanuit onderliggende pijnreceptoren.
  • Het uitvoeren van manuele therapie, waaronder massage en gewrichtsmanipulatie om de circulatie en de beweging van het gewricht te verbeteren.
  • Het toepassen van behandeling van het overgebleven ledemaat, waaronder huidverzorging en het gebruik van een stompsok.
  • Desensitisatie om de gevoeligheid van een gebied voor druk van kleding of aanraking aan te passen. Desensitisatie omvat het strelen van de huid met verschillende manieren van aanraking om de gevoelige reactie op de stimulus te helpen verminderen of beëindigen.

Functioneel herstel: Uw fysiotherapeut werkt met de prothesemaker samen om de beste prothese voor uw situatie en activiteiten voor te schrijven. Een prothese bij een bovenbeenamputatie omvat een kom, kniegewricht, enkelgewricht en voetonderdelen. Uw zult eerst een tijdelijke prothese krijgen, terwijl uw overgebleven ledemaat verder herstelt en gedurende enige maanden herstel krimpt/vormt. De prothese zal in deze periode waar nodig worden aangepast.

Nadat u van directe zorg naar revalidatie bent gegaan, zult u gaan leren om onafhankelijker te functioneren. Uw fysiotherapeut zal u helpen te leren met een rolstoel te bewegen en te lopen met een hulpmiddel, zoals krukken of een rollator. Uw fysiotherapeut zal u ook de vaardigheden aanleren, die u nodig heeft om succesvol gebruik te maken van uw nieuwe prothese. U zult leren om voor uw overgebleven ledemaat te zorgen met huidcontroles en –hygiëne en door te gaan met het voorkomen van contracturen door oefeningen en de juiste houding.

Uw fysiotherapeut zal u leren hoe u uw nieuwe prothese aan en af doet en hoe de juiste passing blijft bestaan met het type kom dat u heeft. Uw fysiotherapeut zal u helpen om langzaam te wennen aan het langere tijd dragen van uw prothese, terwijl de bestendigheid van de huid op het overgebleven ledemaat blijft bestaan. U zult, ook als u uw definitieve prothese heeft gekregen, een rolstoel blijven gebruiken om u te verplaatsen als u de prothese niet draagt.

Prothesetraining is een proces dat wel een jaar kan duren. U begint als de arts zegt dat u gewicht op de prothese mag zetten. Uw fysiotherapeut zal u helpen om te leren staan, uw evenwicht te bewaren en te lopen met de prothese. Waarschijnlijk begint u met lopen in de brug, om daarna verder te gaan met een rollator en later, als u sterker bent, door te gaan met een stok voordat u uiteindelijk onafhankelijk loopt zonder assistentie. U zult ook door moeten gaan met kracht- en rekoefeningen om zo goed mogelijk verder te gaan met veel van de dingen die u voor de amputatie deed.

Kan een bovenbeenamputatie voorkomen worden?

Er wordt gezegd dat 60% van alle amputaties voorkomen kan worden. De meest voorkomende reden voor BBA is complicaties bij diabetes, zoals perifere vaatziekte, open wonden en infecties. Voorkomen en behandeling van diabetes en problemen in de circulatie van de onderste ledematen kan het risico om aandoeningen te ontwikkelen die aanleiding geven tot amputatie van onderste ledematen sterk reduceren.

Om problemen te voorkomen wanneer u diabetes heeft, zorgt u ervoor dat uw onderste ledematen/voeten beschermd worden door goed en goed passend schoeisel. Het is ook belangrijk om uw onderste ledematen en voeten dagelijks te controleren op huidproblemen, waaronder roodheid, verkleuring, zwelling, blaren, krassen of open wonden.

Het is belangrijk om direct met uw huisarts of fysiotherapeut te overleggen, als u een probleem aantreft. Voorkoming van infectie is de beste manier om amputatie te voorkomen.

Het is ook belangrijk om te stoppen met roken. Het roken van sigaretten kan invloed hebben op genezing en wordt in verband gebracht met een her-amputatierisico dat voor rokers 25 keer groter is dan voor niet-rokers.

Related Entries